Het blauwkroontje (Loriculus galgulus) (b).




Man:
De algemene lichaamskleur is groen.
De borst, buik en onderstaartdekveren zijn geelachtig groen.
Boven op de schedel bevindt zich een donkerblauwe vlek.
Onder de zwarte snavel bevindt zich een rode halsvlek.
De bevedering van de onderrug en de bovenstaartdekveren is rood met op de onderrug een gele band.
De bovenzijde van de rug is goudgeel en de ondervleugeldekveren en de onderzijde van de vleugels zijn groenachtig blauw.
De bevedering van de staart is aan de bovenzijde groen en aan de onderzijde groenblauw.
De irissen van de ogen zijn donkerbruin en de poten zijn vleeskleurig bruin.
Pop:
Het verenkleed van het popje is in het geheel minder intensief van kleur.
Verder zijn de veren van de borst, de buik, en de onderstaartdekveren geler van kleur dan bij de man.
De donkerblauwe schedelvlek en de goudgele rugbevedering is bij het popje slechts zwak aanwezig.
De rode halsvlek en de gele band op de onderrug ontbreken bij het popje.