Rode Lori (Eos bornea bornea) (b).


Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil.
De enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop: De algehele lichaamskleur is helderrood.
Over de rode vleugels loopt een ongeveer 2 cm. blauwe band.
De grote slagpennen zijn zwart met rode spiegels, de kleine slagpennen zijn rood.
De aarsbevedering is overwegend donkerblauw.
De snavel is oranjerood.
Man en pop:
De smalle naakte oogring is blauwgrijs en de poten zijn grijszwart.

Rode Lori (Eos bornea bornea) (a).


De Rode Lori (Eos borneo borneo) komt voor op de zuidelijke gelegen Molukken eilanden Ambon, Haruku, Saparua, Serarn, Boano, Manawoka, Gorong, de Watubeia eilanden, de Banda eilanden en de Kai eilanden.
De Buru lori (Eos borneo cyanonothus) komt voor op het eiland Buru (Arndt 1990-1996, 1999).
De Rode lori’s houden zich vooral op in de kustgebieden maar dan speciaal op plantages en vruchtdragende en bloemdragende bomen en struiken.
Vaak zien we enkele koppels rond vliegen in open grasvelden en in Mangrove wouden.
Ze bestrijken meer de vlakke gelegen gebieden maar zoeken ook de hogere gebieden op tot een hoogte van 1200 meter.

Australische koningsparkiet (Alisterus scapularis) (d).


Omgeving en gedrag:
De koningsparkiet is een algemeen voorkomende vogel in de kustvlakten en berggebieden van oostelijk Australië, tot een hoogte van 2000 meter.
Hij is van nature een bosvogel die zich ophoudt op de benedenverdieping van (eucalyptus) bossen en subtropisch regenwoud; hij laat zich echter ook regelmatig zien in daaraan grenzende meer open, licht beboste terreinen, en in graanvelden en boomgaarden.
Hoewel deze vogel van nature een boombewoner is komt hij wel op de grond om te eten en te drinken. Vooral buiten het broedseizoen komt hij in redelijke aantallen in de parken en tuinen van steden en dorpen, waar hij erg tam is.
De koningsparkieten vliegen gewoonlijk rond in paren of kleine groepen.
In de herfst verzamelen de jonge vogels zich in groepen van twintig tot dertig stuks.
Het grootste deel van de dag wordt doorgebracht met het zoeken naar voedsel en met het rusten in bomen en struiken.
Het zijn sterke vliegers die niet zo lawaaierig en actief zijn als de meeste andere Australische parkieten.