De Papegaaienman weet raad

Featured


Welkom op de site van Ruud en zijn 4 papegaaien.
Op zondag 27 augustus 2006 is helaas mijn Dwerg Ara (Ara Severa) Johnny overleden, ik heb hem helaas maar 7 jaar en 2 maanden en 2 weken gehad, hij lag dood in zijn kooi toen ik opstond.



Hij vliegt nu in volledige vrijheid.







Ik heb al 18 jaar papegaaien.


Deze twee zijn Johnny en Kuifje.



Ik kom ieder jaar met 4 papegaaien buiten.

Deze foto is op het Wormerplein gemaakt.

Je ziet weer Johnny en Kuifje.

We zitten nu gezellig op het Wormerplein.
Ik ben vaak met mijn papegaaien buiten.







Mijn verjaardag

De Papegaaienman.

? Mijn 5 laatste berichten.

Gratis website teller

Het blauwkroontje (Loriculus galgulus) (b).




Man:
De algemene lichaamskleur is groen.
De borst, buik en onderstaartdekveren zijn geelachtig groen.
Boven op de schedel bevindt zich een donkerblauwe vlek.
Onder de zwarte snavel bevindt zich een rode halsvlek.
De bevedering van de onderrug en de bovenstaartdekveren is rood met op de onderrug een gele band.
De bovenzijde van de rug is goudgeel en de ondervleugeldekveren en de onderzijde van de vleugels zijn groenachtig blauw.
De bevedering van de staart is aan de bovenzijde groen en aan de onderzijde groenblauw.
De irissen van de ogen zijn donkerbruin en de poten zijn vleeskleurig bruin.
Pop:
Het verenkleed van het popje is in het geheel minder intensief van kleur.
Verder zijn de veren van de borst, de buik, en de onderstaartdekveren geler van kleur dan bij de man.
De donkerblauwe schedelvlek en de goudgele rugbevedering is bij het popje slechts zwak aanwezig.
De rode halsvlek en de gele band op de onderrug ontbreken bij het popje.

Het blauwkroontje (Loriculus galgulus) (a).


Het blauwkroontje (Loriculus galgulus) behoort tot de familie van de papegaaien en komt oorspronkelijk uit Indonesië, Thailand en Maleisië.
Uiterlijk:
Het mannetje heeft een blauwe vlek op de kop en een rode keelvlek, het vrouwtje mist beide en is daardoor wat minder kleurrijk.
Al vrij jong zijn zodoende de geslachten te onderscheiden.
De lengte van kop tot staart is ongeveer dertien centimeter.
Sociaal:
Dit vogeltje is heel sociaal en is het liefst in gezelschap van een of meerdere soortgenoten.
Zoals de meeste papegaaiachtigen vliegt hij niet alleen, maar mag hij ook graag klauteren.
Verzorging:
De blauwkroontjes zijn vogels die niet zonder een warme omgeving kunnen.
Daarom mogen ze alleen in de warmste zomermaanden in een buitenvolière gehouden worden.
Zelfs dan moeten ze op een goed beschutte plaats kunnen zitten.
Hun voedsel bestaat uit allerlei zachte vruchten bijvoorbeeld vijgen, bananen, zachte peer, besjes, appels en kleine insecten.
Zachte, geweekte of voorgekookte zaden komen ook in aanmerking, zoals gekookte rijst.
Zijn bijnaam “vleermuisparkiet” is ontstaan doordat hij ondersteboven, hangend aan een tak, gaat slapen.

De Abessijnse Agapornis (Agapornis taranta) (f).


Kweek:
In de paartijd maakt de pop in een boomholte een ondiepe komvormige onderlaag van twijgen, takjes en bladeren.
De manier van nestmateriaal verzamelen is, net als bij de Roseicollis, uniek.
De pop steekt namelijk reepjes schors of takjes tussen de bevedering van haar lichaam die ze vervolgens naar het nest brengt.
Uniek voor de Taranta is wel dat de pop vlak voor het leggen een deel van haar borst- en buikbevedering verliest en daarmee de nestkom bekleedt.
Dit zien we bij geen enkele andere Agapornis terug.
Als nestmateriaal kan men wilgentakken of palmtakjes geven, maar de ervaring heeft geleerd dat niet elke Taranta daar gebruik van maakt.
Sommigen zijn al tevreden met wat houtsnippers, anderen gebruiken zelfs niets.
Om de andere dag wordt er dan een ei gelegd.
Deze zijn wit van kleur.
Het popje legt 3 tot 6 eieren die ze in ongeveer 25 dagen uitbroedt.
Het popje broedt de eieren alleen uit. (uitzonderingen daar gelaten).
Het mannetje is tijdens het broeden steeds in de nabijheid van het nest te vinden en voert regelmatig het popje op het nest.
De jongen worden gevoerd door de ouders en na 6 tot 8 weken vliegen de jongen uit.
De jongen lijken op de pop en hebben een vuilgele snavel met op de bovenkant een zwarte vlek.
Aan de ondervleugeldekveren kan men al opmaken of we met een man of een pop te maken hebben, de ondervleugeldekveren van de jonge mannen zijn zwart en die van de poppen zijn eerder groenachtig.
Sommige jonge mannen hebben in het nest soms al enkele rode vlekjes op het hoofd, maar dat is niet altijd het geval.
Na ongeveer 9 maanden zijn de vogels op kleur.

De Abessijnse Agapornis (Agapornis taranta) (c).


Geslachtsonderscheid:
De Agapornis Taranta is één van de seksueel dimorfismische groep, dat wil zeggen dat je bij deze vogels wel uiterlijk verschil ziet tussen man en pop.
De pop heeft geen rood op het voorhoofd, de blauwzwarte vleugelrand ontbreekt en de ondervleugeldekveren zijn groen.
Voor het overige ziet ze er hetzelfde uit als de man.

De Abessijnse Agapornis (Agapornis taranta) (b).


Soortbeschrijving:
De Agapornis Taranta is met zijn 16,5 cm de grootste van de Agapornissen groep.
De algehele lichaamskleur van de Agapornis Taranta is groen.
De man heeft een typische rode tekening op het voorhoofd tot aan de bovenschedel en een rood bandje om de ogen.
De grote slagpennen zijn zwart en de vleugelranden vanaf de vleugelbocht zijn blauwzwart.
De ondervleugeldekveren zijn zwart, iets wat we bij alle drie de soorten van de seksueel dimorfismische groep terugvinden.
De staart heeft aan de eindrand een zwarte band.
De snavel is rood.
De ogen zijn bruin.
De poten en nagels zijn grijs.